StartupTech

Opiniestuk: Voor iedereen een app!

Een app als visitekaartje

We kennen ze allemaal: de succesverhalen van een handvol bekende applicaties en de investeringen die ze in de wacht slepen. Het is de droom van haast elke jonge ondernemer om te kunnen pronken met een state-of-the-art app voor zijn of haar businessidee. Het verbaast me hoeveel jonge ondernemers ik de laatste tijd heb ontmoet die hun doel helder voor ogen hebben; ik wil een app en wel zo snel mogelijk!

Opmerkelijk wel, want als je aan diezelfde starters vraagt hoeveel nieuwe applicaties ze recent gedownload hebben, luidt het antwoord: bitter weinig. Uit een kleine zoekopdracht in Google blijkt dat tegenwoordig ruim 65% van de smartphonegebruikers de laatste maand geen enkele app gedownload heeft. Zijn mobiele apps nog wel relevant? Of zijn er andere, nieuwere en goedkopere manieren om je idee de wereld in te sturen?

Bijna elke dag vraag ik me dit af, zowel over mijn eigen ideeën als over die van andere ondernemers. Wat zijn de kernwaarden van je businessidee? Wat maakt of kraakt jouw applicatie? En, nog belangrijker, hoe toets je deze hypothesen zonder er te veel tijd en geld aan te besteden? Vaak is deze laatste vraag de lastigste. ‘Mensen gaan mijn app gebruiken, omdat het een totaalpakket aanbiedt’, hoor ik je zeggen. Gebruik jij Facebook dan omdat het een online marktplaats heeft en een feed vol nutteloze berichten en quotes? Of enkel en alleen omdat al je vrienden er ook gebruik van maken?

Hoe begin ik eraan?

De kunst van een succesvolle applicatie op poten zetten is zo klein en efficiënt mogelijk beginnen. Snel reageren op de feedback van je allereerste gebruikers is veel belangrijker dan een gestroomlijnd en perfect uitgewerkt product aanbieden. Je eerste gebruikers -‘early adopters’- gebruiken je applicatie omdat het hen meerwaarde geeft, niet omdat het er mooi uitziet.

Met dat in het achterhoofd kunnen we verder gaan kijken. Welke functies moet mijn applicatie zeker hebben en hoe kan ik dit zo goedkoop en snel mogelijk uitwerken? Welke zijn de essentiële hypothesen waarop mijn businessmodel rust? Wat is de kern van mijn idee? Heb ik hiervoor zelfs wel een applicatie nodig, of volstaat een simpel online formulier?

Kortom, een nieuw en uniek idee vereist geen applicatie om te polsen of gebruikers geïnteresseerd zijn in je product. Een simpele landingspagina waarop je idee uitvoerig wordt beschreven, inclusief een formulier om je e-mail achter te laten is voldoende. In principe kan je dit vergelijken met crowdfunding-campagnes, maar dan met een grotere toewijding van de potentiële klant.

Het MVP

Deze strategie is zeker niet nieuw; sinds het boek “The Lean Startup” van Eric Ries is dit de gebruikelijke methode in de start-up wereld. Over de opvolger van de simpele landingspagina, echter, is er de laatste jaren heel wat discussie ontstaan. Ries geeft aan om na de bevestiging van interesse in je idee een MVP, ‘Minimum Viable Product’, te gaan bouwen. Met dit MVP kan je de belangrijkste hypothesen en/of assumpties die je businessmodel bevat uitproberen met behulp van je ‘early adopters’. Als je aan Ries vraagt hoe groot dit product moet zijn:

“Probably much more minimum than you think.”

Gek genoeg spreekt Ries zichzelf hier tegen. Een ‘Minimum Viable Product’ is letterlijk vertaald een ‘levensvatbaar’ product. Een product dat verspreid kan worden onder iedereen die interesse heeft om ermee aan de slag te gaan. Wanneer we dit in software vertalen, brengt dit veel meer met zich mee dan enkel de uitgewerkte hypothese. Denk maar aan gebruikersbeheer, de applicatie indienen bij verschillende app stores, goed gestructureerde code om op verder te bouwen en om gestroomlijnde updates te voorzien – om over GDPR nog niet te spreken.

Het MVP komt altijd veel groter uit dan het eigenlijk hoeft te zijn. Daarom zijn er andere vormen bedacht om je businessmodel te testen. Een van mijn favorieten is de RAT, of ‘Riskiest Assumption Test’. Het spreekt voor zich: neem je meest risicovolle assumptie of hypothese en test deze uit met een selecte groep van ‘early adopters’. Deze RAT bevat enkel de code die nodig is om de assumptie te testen en kan dus ook geen ‘product’ worden. Hou deze RAT’s zo klein mogelijk, zelfs bij complexe zaken. Het prototype van Google Glass is in één dag gebouwd!

Wanneer wel, wanneer niet?

Om af te sluiten stellen we dezelfde vraag als aan het begin van dit artikel: Is een mobiele applicatie nog wel deel van de toekomst of hou ik het bij een webapplicatie? In mijn ogen zijn de volgende argumenten de enige redenen waarom je een native mobiele applicatie zou maken: hardware requirements ter benutting van de GPU in mobiele toestellen om grafische zaken weer te geven, push notificaties wanneer je gebruikers iets sturen (enkel voor iOS, Android kan dit ook met PWA’s, of ‘Progressive Web Applications’), en ten slotte bepaalde sensoren aanspreken in je toestel zoals NFC of lichtdetectoren. Hier heb je een link van wat een webapplicatie (browser) tegenwoordig allemaal kan.

Overweeg je om een applicatie te maken? Informeer je goed bij verschillende bronnen. De meeste applicatieontwikkelaars gaan je spijtig genoeg zelden de meest geschikte oplossing voorstellen, maar net een waar ze het meeste profijt uit halen. Hou volgende quote steeds in je achterhoofd:

“Maximising the rate of learning by minimising the time to try things.”

Met TechBooster probeer ik jonge ondernemers op weg te helpen door gratis advies te geven en samen te bekijken hoe ze het best hun idee kunnen verwezenlijken met een zo laag mogelijke kost. Heb je interesse om eens langs te komen, mag je me zeker contacteren op mathijs@techbooster.be of via http://techbooster.be/.

Mathijs Cop

Ondernemend applicatieontwikkelaar met sterke focus op early stage app development & prototyping. Passie om andere ondernemers te helpen op technisch vlak. Oprichter TechBooster om passie om te zetten in realiteit.

Gerelateerde Artikels

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Close
Close